De Tibetaanse terriër en zijn vachtverzorging

Borstelen en/of kammen


De vacht van de Tibetaan vergt een goede, juiste en consequente verzorging. Het regelmatig borstelen is hiervoor een vereiste. Doet u dit niet, dan is een regelmatig bezoek aan een trimsalon, waar een tondeuse nog uitkomst kan bieden, de enige oplossing. We beginnen met borstelen, zodra de pup enkele dagen in huis is. De eerste weken werken we met een zachte haarborstel, zodat uw puppy aan het borstelen kan wennen. Beloon de pup na zijn borstelbeurt met een knuffel, en/of koekje, zodat de behandeling met plezier wordt ervaren. Borstel uw pup het liefst op een tafel, gebruik hierbij een antislipmatje om het wegglijden te voorkomen. Het gebruik van een tafel spaart uw rug.

Begin altijd onderaan de vacht met borstelen. Pak de bovenlaag op en pak er dan vervolgens steeds een laag bij. Dit om te voorkomen dat u over de klitten heen borstelt. Controleer tijdens het borstelen tevens uw hond op vlooien, teken, oorontsteking, te lange nagels etc. Op dit onderwerp komen we later nog terug.

Naarmate uw puppy ouder wordt, dient u andere borstels en kammen te gebruiken. Hierbij een aantal mogelijkheden:

U  mag uw Tibetaantje gerust wassen gebruik hiervoor altijd een hondenshampoo, deze bevat de juiste PH-waarde.  Uw eigen shampoo of ook een babyshampoo hebben een andere PH-waarde en zijn hierdoor zeer schadelijk voor de vacht van de hond.  Shampoo wordt best altijd verdund gebruikt.  Je kunt een bodempje shampoo in een fles doen en dan bijvullen met water, het mag gerust een zestal maal verdund worden. 

Wassen van de hond

Wanneer u uw Tibetaantje een wasbeurt geeft kunt u best deze tips opvolgen:

  • De hond moet volledig klitvrij geborsteld zijn zodat je hem met een kam kan doorkammen.
  • Doe best wat watten in de oren zodat er geen water in kan lopen.
  • Leg in het bad of in de douche een antislip matje om het wegglijden te voorkomen.
  • Maak de vacht volledig nat, ook de onderlaag.  De shampoo inkneden, niet wrijven want dit veroorzaakt klitten.  Altijd zeer goed uitspoelen tot het water volledig helder is.  Zeepresten veroorzaken jeuk en in het slechtste geval schilfers en huiduitslag.
  • Gebruik bij elke wasbeurt ook een crèmespoeling, dit om de huid zijn vetgehalte terug te geven.  Het maakt de vacht ook veel beter doorkambaar.  Deze balsem best enkele minuten laten inwerken en daarna goed uitspoelen.
  • Het overtollige water uit de vacht knijpen, vervolgens met de handdoek droogdeppen, niet wrijven anders ontstaat klitvorming.
  • Het drogen doe je best met de haardroger.  Borstel de vacht eerst door, zet de haardroger niet te heet en blijf er altijd mee bewegen.  Pas op dat u de vacht niet verbrandt.  Tijdens het drogen kunt u de vacht in model borstelen.
  • De scheiding op de rug kunt u trekken door eerst de ruggengraat op te zoeken en dan met de punt van de kam hierover een lijn te trekken

Je mag een TT wassen zo vaak als nodig, overdrijf hier echter niet in.  Bij overmatig wassen haalt u teveel talg uit de vacht waardoor deze droog en dof wordt.  Een goed gemiddelde kan misschien eens in de 4 tot 6 weken zijn of als ze zich echt heel vuil gemaakt hebben.

De oren

In de gehoorgang groeien haren, deze dienen verwijderd te worden.  Haren in het oor kunnen op de duur de gehoorgang afsluiten.  Dit komt omdat het oorsmeer door de haren niet weg kan, het wordt als het ware vastgehouden waardoor er een ontsteking kan ontstaan.  De haren kunt u gemakkelijk tussen duim en wijsvinger uit het oor trekken.  Lukt dit niet, dan kunt u de haren ook verwijderen met een epileertangetje (pincet) of een arterieklem.  Indien het je zelf niet lukt kan je aan de dierenarts vragen om dit te doen als je met je pup voor zijn inenting gaat, nadien zal het veel gemakkelijker zijn om het zelf te doen.

Oorsmeer wordt het best verwijderd met een papieren zakdoekje met wat babyolie erop of met een speciaal hiervoor bestemde oorreiniger die je in de dierenspeciaalzaak kan kopen.  Met wattenstaafjes dient men voorzichtig te zijn, hiermee kan men soms het oorsmeer dieper in de gehoorgang duwen.

Kom nooit aan de oren van uw hond als deze er schoon en goed uit zien.

Alle honden kunnen last krijgen van oormijt.  Dit herkent u door een bruinzwarte, korrelachtige afscheiding die een zeer onaangename geur verspreid.  Indien uw hond oormijt heeft moet u altijd naar de dierenarts gaan.  Verwaarloosde oormijt kan ernstige gevolgen hebben met blijvende doofheid tot gevolg.

Met een vurig rode huid aan de binnenkant van het oor of een eczeemachtige huidaandoening moet u altijd zo snel mogelijk naar de dierenarts gaan.

De ogen

In de hoekjes van de ogen kunnen altijd wat klontertjes of traanvocht gaan kleven. Dit kan u gemakkelijk schoonmaken met wat oogcleaner, rozenwater of wat gekookt water.  Wrijf met een wattenschijfje altijd naar de neuspunt toe.  De klontertjes kan u ook goed verwijderen met een klein vlooienkammetje.  Kam ook dan naar de neuspunt toe.

De voeten en de nagels

Onze Tibetaantjes bezitten grote voeten.  Tussen hun voetzolen groeit veel haar.  U dient dit regelmatig te verwijderen.  Hierdoor voorkomt u klitvorming en zal de hond minder snel uitglijden op een gladde vloer.  Tevens scheelt het in vuil dat hij meebrengt van buiten naar binnen.  Het haar tussen de kussentjes kunt u het beste met een klein schaartje verwijderen.

Nagels moeten, om te ver doorgroeien te vermijden,  af en toe geknipt worden. Hiervoor zijn uitstekende tangetjes in de handel.  De witte nagels kunnen gemakkelijk geknipt worden.  Opgepast: in het roze deel van de nagel zit het leven, daar mag dus niet in geknipt worden.  Zwarte nagels kunt u het beste knippen tot het schuine gedeelte, het zogenaamde eendenbekje.  De nagels van de hond zijn op de goede lengte wanneer de hond staat en je tussen de grond en de voet een briefkaart kunt schuiven zonder de nagels te raken.  Nagels aan de voorvoet groeien doorgaans sneller dan aan de achtervoet.  Vergeet vooral niet het vijfde teentje aan de voorvoet te controleren.

Het gebit

De tanden en kiezen moeten regelmatig gecontroleerd worden.  Tijdens het wisselen van het gebit dient u er op te letten dat het melkgebit uit zichzelf volledig wisselt.  Indien dit niet het geval is (vaak zijn dit de hoektanden), dan wendt u zich best zo vlug mogelijk tot de dierenarts.  Deze zal, voor zover mogelijk, de restant van het melkgebit verwijderen. 

Op oudere leeftijd kan het gebeuren dat er tandplak op de tanden en kiezen ontstaat.  Dit moet verwijderd worden, hiervoor zijn haviksnagels in de handel.  Bij het hanteren hiervan is voorzichtigheid geboden.  U kun tandplak voorkomen door regelmatig te poetsen.  Het geven van synthetische kauwbenen (Nylabone) kan de vorming van tandplak ook tegen gaan.  Kauwbenen uit buffelhuid zijn uit den boze want die plakken en zorgen voor klitvorming rond de mondhoeken en aan de poten.

Doet u niets aan het tandplak dan kunnen er lelijke ontstekingen ontstaan met pijnlijke gevolgen voor de hond.

Natuurlijk kunt u het gebit ook laten reinigen door de dierenarts.

Parasieten

De bekendste parasieten zijn de vlooien.  Controleer uw hond regelmatig en goed op vlooien.  Vaak ziet u zwarte kleine korreltjes in de vacht zitten (dit zijn vlooien uitwerpselen).  Om de vlooien te verwijderen en te voorkomen kunt u een goede spray, pillen of druppels gebruiken.  Raadpleeg hiervoor altijd eerst de dierenarts.   Ingeval er vlooien vastgesteld worden vergeet dan niet uw huis, hun mand en eventueel de auto te behandelen.   Op deze plekken bevinden zich de meeste eitjes.  Sommige honden hebben last van een vlooien allergie waardoor ze zich na een vlooienbeet aardig toetakelen met bijten en krabben.

Een andere vervelende uitwendige parasiet is de teek.  Deze parasiet krijgt uw hond meestal door het lopen onder struiken en in hoog gras.  Daar laat de teek zich op uw hond vallen en zuigt hij zich vast op de huid.  Ook teken moeten verwijderd worden.  Dit gebeurt best met een teken tangetje.  Klem het tekentangetje om de teek heen en draai hem tegen de klok in uit de huid.  Niet trekken want dan blijft de kop zitten en deze veroorzaakt een ontsteking.

Inwendige parasieten zijn lint- en spoelwormen.  Om problemen met deze parasieten te voorkomen moet u uw hond 4 x per jaar ontwormen.  Mocht de hond toch last krijgen van wormen, u kan deze zien in zijn ontlasting of soms aan kleine rijstkorrels die in de omgeving van zijn anus zitten, raadpleeg dan uw dierenarts voor een goed ontwormingsschema.


 

Veel succes bij het verzorgen van uw tibetaantje.